
De Algeemene Jaarvergadering is geweest, en zo te lezen is het een feestje! De bestuursleden willen niet meer met voorzitter Jaap Weber besturen, er zijn sprekers het woord ontzegd, Weber heeft gedreigd spelers van het veld te halen. Moddergooien dus. Levert wel weer een mooie opening van het blad op, dat dan weer wel; ‘Wij leven in een crisistijd. Crisis hier, crisis daar, crisis overal, bij Ajax, Blauw-Wit, Stormvogels en crisis bij…. Feyenoord. De hoeveelste is deze 1925e crisis nu wel. Het heeft er veel van dat het noodlot op onze vereeniging rust, daar steeds opnieuw onze aandacht wordt gevraagd voor een onderlinge verdeeldheid. Steeds konden de kwesties worden opgelost, of laat ik liever zeggen, schenen de kwesties opgelost te zijn, want het geschil van verleden jaar (het blijkt nu duidelijk dat ondergeteekende verleden jaar met zijn ontslagname als secretaris niet zoo slecht gezien heeft) is nooit opgelost geweest. Laten wij er voor uitkomen, dat in ons bestuur het afgeloopen jaar onderling wantrouwen hoogtij vierde.‘ En zo gaat het nog een paar kolommen door. Woelige tijden dus, al in 1925. Weber is de winnaar van het geheel, zo meen ik op te maken, en aan hem dus om een nieuw bestuur te formeren. De voorzitter krijgt het wel te verduren; ‘De houdig van Jaap Weber was afkeurenswaardig. Voor een bedreiging dan eenige spelers het veld zouden ruimen indien zijn zin niet zou worden doorgedreven halen wij even de schouders op. In gemoede: laten die spelers gerust gaan, op zulke menschen (het is veel gezegd) meenen wij in het dienen der vereenigingsbelangen niet te mogen bouwen. Het verwonderde mij niet, dat er verontwaardiging opging uit de vergadering over deze zet.‘ Verbazingwekkend hoe te lezen valt dat de emoties die rond de club spelen, een soort eeuwigheidswaarde lijken te hebben.
Verder valt op dat er geen integraal verslag van de vergadering is, alleen delen, wordt er nog om kopij voor het clubblad gesmeekt en wordt afgesloten met de standen van het afgelopen seizoen.
