Zoo zit je in New York… en zoo op de Hillevliet

De Curaçaosche romantiek bloeide welig in het cafe van Bas Paauwe

IN AUGUSTUS REVANCHE TEGEN CURAÇAO?

Het leek wel of er een filmster thuis moest komen, zoo veel bloemen stonden er Zaterdagmiddag in het cafe van Bas Paauwe, toen we daar tegen drie uur binnentraden om de globetrotters een handje te gaan geven. Maar wij en een steeds meer aangroeiende schare van supporters moesten tot vijf uur geduld hebben, voordat er een touringcar voor de deur stilhield en Bas Paauwe, met een groote krans om z’n nek, Arie de Vloet, Smulders, Hoek en Mannus Vrauwdeunt, allemaal in het wit, behalve Mannus, die z’n “tropical” onderweg scheen kwijt geraakt, naar binnen stapten.

Ze liepen allemaal met groote pakken te sjouwen, waar zeker geen Rhodesia in zat… Overigens waren ze nogal gaar, want toen aan Mannus gevraagd werd wat voor avonturen hij kon vertellen, zei hij, tamelijk ontnuchterend: “Jo, leg niet te emmeren, geef me liever een glas pils…”

Maar toen de drukte van de eerste begroeting voorbij was en Bas Paauwe zijn beenen onder een van z’n eigen tafeltjes had uitgestrekt, bleek toch, dat de harten van de jongens nog vol zaten van het groote avontuur. Ja, dat Curaçaose tournooi was toch wel iets anders geweest, dan bijvoorbeeld de wedstrijden om den Zilveren Bal. De romantie van het eiland Curaçao, met zijn gekleurde bevolking en z’n eigenaardige sentimenten, sprak er een woordje in mee, had de fantasie levendig gemaakt.

De wildste geruchten…

Zoo, die laatste wedstrijd tegen Curaçao. Daar deden de wildste geruchten vooraf de ronde. Zoo iets in de Maffia-geest van “als de zwarten dezen wedstrijd verliezen, zal er blank bloed vloeien…” Het verhaal van een Columbiaanschen voetballer, die in een donkeren nacht met een mes was gestoken, deed er geen goed aan…

De jongens werden er een beetje nerveus van en Bas Paauwe deed ’n verstandige daad. De spelers van het Curaçaosche elftal werden uitgenoodigd om een babbeltje te komen maken en dat gebeurde in de prettigste geest, die men zich denken kan. Maar toch, in hun onderbewustzijn, waren ze niet heelemaal gerust. En nu nog, vragen zij zich af, wat er gebeurd zou zijn, als zij met 4-0 hadden gewonnen, als de scheidsrechter de stommiteiten, waardoor Feyenoord de put in ging, bij Curaçao had uitgehaald…

“Ach”, zeggen wij tamelijk nuchter, “misschien niets….” “Misschien niet, maar toch is het merkwaardig, dat er tijdens dien wedstrijd geen fleschjes bier verkocht mochten worden.”

Voor de rest hopen de Rotterdammers op een revanche, die misschien al vrij snel, in Augustus – als de Curaçaoenaars tenminste toestemming krijgen om naar Holland te komen – zal plaats vinden.

“We hadden nog wel maanden weg kunnen blijven”, vertelt Bas Paauwe, “want terwijl we daar waren, kregen we nog een uitnodiging om in Mexico te komen spelen. Als we beroepsvoetballers waren geweest, hadden we met zoo’n dikke portefeuille terug kunnen komen…”

Share Button

Author: Rolph